Over namen geven

Wij mensen hebben een hebbelijkheid die al in onze peutertijd begint. Onze ouders brengen uren met ons door om ons deze hebbelijkheid te leren. “Wat is dit?” vraagt mama  als ze samen met haar peuter in een boekje kijkt. “Koetje boe! ” roept het kind, “hondje, poesje, konijntje!”. Wat later leren we dat er een bruine beer is, een roze varkentje, een groene appel. En we leren ook dat wij een lief meisje zijn, of een stoute jongen. We leren al vroeg om overal namen en bijvoeglijk naamwoorden aan te geven. Heel nuttig, zeker, maar ook een hebbelijkheid die ons kan hinderen. Hoezo, vraag je je af?

Waarom geven we namen aan dingen? Waarom verbinden we beschrijvingen aan de dingen in onze wereld? Wie is daar ooit mee begonnen? In de bijbel staat dat Adam begon met het geven van namen aan levende wezens. Over het symbolisme hiervan kom ik later te spreken (zie nawoord). Maar laten we ervan uitgaan dat het geven van namen aan dingen al ontzettend oud is.

Stel je eens voor: je wandelt langs een bospad op een zonnige herfstochtend. Je mijmert wat, snuift de heerlijke boslucht op en je slaat een nieuw pad in. Plotseling zie je een boom waarvan het licht van de zonnestralen toevallig precies door het gebladerte heen schijnt. Je bent sprakeloos. Eén moment stopt je denken. De wereld staat even stil. Je voelt… wauw! Een moment later begint je denken weer. Je associatieve brein pakt ergens een herinnering vandaan, woorden, beelden: “Wat prachtig, het is ook echt herfst, jammer dat die bladeren niet blijven,” denk je. Misschien denk je zelfs aan het voorjaar, bestuiving en de fotosynthese! Maar wellicht moet je daar een wetenschapper voor zijn. Je kijkt naar de boom, maar de boom, hoewel mooi, is toch ineens iets minder overweldigend mooi dan toen je hem in dat eerste moment aanschouwde. Dat moment voordat je er namen aan gaf, voordat je er gedachten aan verbond. Díe boom is weg. Dat moment is weg.

De volgende dag, op je werk, flitst ineens, zomaar, de herinnering aan dat moment met die boom weer door je geest. Wauw! Maar je kunt op de één of andere manier dat moment niet vasthouden. Weer komen gedachten, gevoelens, associaties binnen. De herinnering vervaagt, wordt versluierd en je gaat verder met je werk.

Op je eerstvolgende vrije dag besluit je toch weer eens naar die boom in het bos te wandelen. Je voelt een soort hunkering, een onbestemd gevoel als een zoete herinnering. Je staat een tijdje later weer vlak voor diezelfde boom. Hoe krijg je dat oorspronkelijke moment weer terug? Dat moment waarin je overvallen werd door een plotseling wegvallen van gedachten, waarin er even alleen Stilte was en jij en die boom in een soort van harmonieuze en vredige eenheid waren. Gedachten en emoties komen vanzelf. Maar deze keer laat je ze voor wat ze zijn, je hecht je er niet aan. Jij bent niet jouw gedachten. Die boom is ook niet jouw gedachten. Voel die onderstroom, onder je gedachten, ervaar die namenloze Stilte.

Het is in het begin heel moeilijk. Je hebt tenslotte al sinds je peutertijd namen leren gebruiken. Heel nuttig. Maar op dit moment een lastige hebbelijkheid. Maar wat je aanleert kun je ook afleren. Hoe zou een peuter naar iets kijken, als het nog geen namen kent? Heb je wel eens gezien hoe een klein kind naar iets kan staren en er volledig in op kan lijken te gaan? Je hebt het dus in je. Het vergt alleen wat liefdevolle oefening. Let wel, ik zeg niet dat je sloom en suffig moet zijn en kijken. Weet je nog hoe je je voelde toen je voor het eerst die boom zag? Je was allesbehalve suffig. Je was juist heel alert, heel bewust, voelde het Leven in jezelf en in die boom.

Je kunt dit met elk willekeurig ding oefenen. Luister naar een muziekstuk en verbind je niet met namen en bijvoeglijk naamwoorden. Kijk naar een schilderij en laat al je beschrijvingen en associaties los. Kijk als een woordeloos kind. Sommige mensen krijgen de behoefte om het object aan te raken. Dat hebben ze vooral met bomen en andere levende wezens. Stil zijn, maar wel aanraken. Aanraken hoeft niet. Aanraken is iets in jouw wereld trekken, net zoals het geven van namen dat is. Ontleden en analyseren hoeft ook niet. Verre van dat. Wetenschappers denken al eeuwen dat je door iets uit elkaar te halen het wezen ervan kan ontdekken. Wat een kolossale vergissing!

Als je deze oefening al een paar keer hebt gedaan en je hebt, al was het maar voor een paar tellen, die Stilte ervaren, doe dan eens het volgende: Kijk thuis eens naar je kind, je partner, een vriend of vriendin, terwijl die ergens mee bezig is. Kijk naar hem of haar zonder gedachten, namen, associaties of herinneringen, al was het maar voor een moment. Ervaar die ruimtelijkheid rondom de verschijningsvorm van die ander. Ervaar even die onderstroom van Stilte waarin die ander zich bij jou manifesteert en waarin jullie je beiden bevinden. Het kan gebeuren dat je dan ineens emotie voelt, ontroering. Een enorme Liefde overspoelt je. Je herkent het wezenlijke van de ander en jezelf, de grote overeenkomst. Je ziet dan iemand “voor haar of zijn geboorte”, wat wil zeggen, voordat jij er namen aan geeft en in jouw wereld trekt, ongemanifesteerd, zonder etiketjes.

Mensen die een dergelijke vorm van meditatief “zijn” beoefenen (want dat is het), zeggen soms dat ze ineens een gevoel van overweldigende liefde ervaren. Nu denk je misschien, “O, dan moet ik dus naar dát gevoel op zoek!” Nee, dat is juist niet de bedoeling. Ga er niet naar op zoek, stel dat niet ten doel, want dat is denken en zorgt voor een gespannen, beklemmend gevoel – terwijl je juist ontspannen en onthecht, vrij wil zijn. Geef jezelf de tijd – je moet iets afleren wat je sinds je peutertijd beoefent, maar wat nu onnodig is.

Hoe mooi is de zangeres, zonder naam!

Genesis 2:19,20

19 Toen vormde hij uit aarde alle in het wild levende dieren en alle vogels, en hij bracht die bij de mens om te zien welke namen de mens ze zou geven: zoals hij elk levend wezen zou noemen, zo zou het heten.
20 De mens gaf namen aan al het vee, aan alle vogels en alle wilde dieren, maar hij vond geen helper die bij hem paste.
Uit: De Nieuwe Bijbelvertaling
© 2004/2007 Nederlands Bijbelgenootschap


Juliet:

“What’s in a name? That which we call a rose
By any other name would smell as sweet.”

Romeo and Juliet (II, ii, 1-2)

“Als ik voorzichtig kijk, zie ik de nazuna bloeien in de heg!”

Basho

Nawoord: Adam werd als heer en meester aangesteld over de schepping. De misinterpretatie hiervan is dat je dus met de schepping mag doen wat je wilt. Adam gaf namen aan de levende wezens. Wanneer je ergens namen aan geeft, maak je het deel van jouw wereld. Je maakt het tot je virtuele bezit. In vroeger tijden was het de taak van een Heer of Koning dat hij zorgde voor het welzijn van zijn volk. Zou dat voor Adam (of “de mens”) ook de bedoeling zijn geweest? Helaas, hij gaf namen aan de dingen. Maar als mens heb je de keuze. Je kunt in harmonie met de schepping leven.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s