De wijze kater

In het oude, feodale Japan leefde eens een samoerai krijger. Hij was een geducht en gerespecteerd man en had in zijn leven reeds vele gevechten gewonnen. Eén machtige tegenstander wist hem echter telkenmale te slim af te zijn, wat de de samoerai ook deed. Wie was deze formidabele opponent, hoor ik je denken? Het was een harige, geslepen en uit de kluiten gewassen rat! Deze snoodaard was het huis van de samoerai binnengelopen en had er heel tevreden zijn woning gemaakt. Hij scharrelde meestal wat rond in de keuken, rende dan wat heen en weer in de woonvertrekken en knaagde menigmaal brutaalweg aan de muren van de slaapkamers, alvorens te gaan slapen in de voorraadkast. Op een ochtend liet de rat zich weer eens zien. De samoerai tierde en vloekte van ergernis en joeg en sloeg met zijn zwaard om zich heen. Hij had de rat in een hoek gedreven, hief zijn zwaard om voorgoed een einde aan alle ellende te maken… en hakte een gat ik de buitenmuur! De rat trippelde voor de zoveelste keer ongedeerd weg. Ten einde raad wendde de samoerai zich tot zijn tuinman en verzuchtte: “Hier moet een einde aan komen! Wat kan ik nou nog doen?” De tuinman wist raad en sprak: “Aan de rand van het dorp woont een boerengezin met drie katten uit een voornaam rattenvangersgeslacht. Ik zal eens kijken of ik die katten kan lenen.” Zo gezegd, zo gedaan en even later verscheen de tuinman opnieuw, nu met in zijn kielzog een boer. Achter de boer liepen drie knechten met drie rieten manden, waarin zich de drie voorname katten bevonden. De boer haalde de eerste kat uit zijn mand: een jonge bruingestreepte kater. Het beest werd door het gat in de muur naar binnen gewurmd. Er weerklonk een gestommel en een geroffel vanjewelste en met een sierlijke boog vloog de arme jonge kater subiet het huis weer uit en landde in het gras.

“Geen nood!” riep de boer, terwijl de samoerai verbluft toekeek. Hij haalde de tweede kater uit zijn mand – een stoer, grijs exemplaar. Ook dit dier werd door het gat in de muur naar binnen geduwd. Er kwam geen kik uit het huis. Roerloos wachtte de samoerai af. Het bleef nog een aantal tellen stil. Toen klonk er een enorm kabaal en de stoere grijze kater vloog pardoes zijn jongere familielid achterna en landde in de struiken. “Ach, dat waren maar opwarmertjes!” riep de boer snel en hij maakte een sussend gebaar. Hij opende de laatste mand. “Déze kater is mijn meest ervaren rattenvanger. Hij heeft in zijn leven al menig rat een kopje kleiner gemaakt. Let maar op, de rat heeft zijn laatste uurtje geteld!” De forse zwarte kater werd naar binnen geduwd. Weer was er geen geluid. Het bleef lang stil…. Héél stil. Er leek een poos niets te gebeuren. Plotseling klonk er een enorme dreun en de zwarte kater vloog met een geweldige vaart door het gat in de muur en belandde middenin het bloemperk. Terneergeslagen liet de boer zijn hoofd hangen. “Wat maak je me nou!” riep de samoerai verbolgen. “Dit waren toch ervaren rattenvangers uit een voornaam geslacht?” Zuchtend keek hij zijn tuinman aan.

“Wacht maar,” zei de tuinman. “Ik weet nog van een oude man in het dorp verderop. Die schijnt een heel bijzondere kat te hebben, een geweldenaar naar ik me heb laten vertellen. Het gaat wel even duren, maar tegen de avond ben ik terug met die kat!” En zo geschiedde en tegen het avonduur  verscheen de tuinman inderdaad, met op zijn rug een rieten mand. Hij zette de mand op de grond en maakte hem open. Er stapte een tenger grijs katje uit. “Huh?! Is dat die geweldenaar?” schampte de samoerai. “Uiterlijk is niet alles!” antwoordde de tuinman en hij liet het katje in het huis. Na luttele seconden stapte het katje parmantig het huis weer uit, met in zijn bek de spartelende rat. Hij legde de rat voor de voeten van de verblufte samoerai neer en stiefelde weg.

De vrede was wedergekeerd in het huis van de samoerai. En terwijl iedereen op de veranda een kop sake nam op de goede afloop, vond er bij de kersenboom een gesprek plaatst tussen de vier katten uit ons verhaal. De drie katers van de boer hadden met stomme verbazing toegekeken hoe hun tengere soortgenoot al na enkele seconden tevoorschijn was gekomen met de vermaledijde rat. Ze wilden er het hunne van weten. Eerbiedig vroeg de oudste van de drie: “Meester, vertel ons toch hoe u die rat gevangen heeft!” De tengere kat keek de drie aan en zei: “Mag ik weten met wie ik het genoegen heb?” “Wij zijn katers uit een voornaam rattenvangersgeslacht,” antwoordde de middelste kater. “We hebben alle drie de kunst geleerd van onze vader en die weer van zijn vader en die weer van diens vader, tot 10 generaties terug!” “Ah juist! En mag ik weten wat jullie aanpak is geweest?” vroeg de tengere kat. De katers keken elkaar aan. “Kijk,” riep de jongste van het stel, “je moet gewoon korte metten maken met dat rattengespuis. Je bent groter en dus sterker dan die rat, dus één flinke, gerichte klap met je scherpe klauwen is genoeg! Ik concentreerde me en boem!” En hij trok een grimmig gezicht. “Maar deze rat was me toch te slim af…” vervolgde hij beteuterd. “Ja,” reageerde de middelste kater, “concentratie op je slag is één ding. Maar je moet je ook concentreren op je ademhaling! Die moet rustig en kalm worden. Daar wachtte ik dus op. En toen voerde ik mijn plan uit en sloeg ik geconcentreerd en in één beweging toe!” “Ah juist.” knikte de tengere kat. “Helaas was deze rat de gewiekste die ik ooit ontmoet heb …” verzuchtte de middelste kater terneergeslagen. “Ja, jullie hebben gelijk,” knikte vervolgens de oudste kater. “Concentratie en ademhaling en planning zijn heel belangrijk. Maar je moet vooral vervuld zijn van de Energie die Hemel en Aarde doorklieft: de Levensenergie! Dus werd ik stil, heel stil, lette op mijn ademhaling en al mediterend verbleef ik in het Nu. En wachtte ik net zolang tot de rat vlakbij was. En toen sloeg ik geconcentreerd toe! Maar helaas! Dit was werkelijk een unieke rat. Ik sloeg toch mis!”

“Jullie hebben allemaal de start van een goede techniek,” prees de tengere kat de drie katers. “Concentratie, ademhaling, planning en de Kracht die Hemel en Aarde doorklieft zijn allemaal componenten. Maar…” en hij wendde zich tot de oudste kater, “was je werkelijk in het Nu? Het komt mij voor alsof je eigenlijk stiekem toch uitkeek naar een moment in de toekomst, namelijk het moment dat je de rat op zijn falie zou geven. Wie werkelijk in het Nu is, is leeg van verleden en toekomst en slechts gericht op Zijn – zonder verlangen en zonder vooropgezetheid. Elke beweging die daaruit vloeit zal dan zijn doel vinden. Elke actie is dan spontaan en daardoor volmaakt!” De drie katers knikten instemmend en bogen plechtig in dank voor deze wijze les.

“Maar wacht,” vervolgde de tengere kat, “als jullie denken dat wat ik doe benijdenswaardig is, dan zal ik je nu vertellen dat er nog iets veel hogers is om naar te streven! Twee dorpen verder dan mijn dorp leeft een kluizenaar met een oude, witte kater. Die kater doet de hele dag niet veel anders dan luieren, spinnen en slapen. Zijn meesterschap gaat voorbij de actie, voorbij de handeling. Het is gek, maar geen enkele rat vertoont zich binnen een straal van een kilometer van waar deze oude wijze kater zich bevindt..! Dat, mijn vrienden, is waarlijk meesterschap. Rond zo een meester heerst alleen maar vrede. ”

Heb je wel eens geschilderd, getekend, geboetseerd, gecomponeerd of je aan iets anders creatiefs overgegeven? Dan is het wellicht bij jou net zoals bij mij: dat de eerste fase er één is van concentratie  op wat je wil creëren. Je overdenkt,  je maakt een planning, je verschuift, ordent, heroverweegt en zo meer. Vervolgens moet je rustig worden, want haast is de vijand van creativiteit. Je voelt dan een uitbarsting van scheppende energie in je opkomen en je raakt gaandeweg in de “flow”. Dan stopt je denken, stopt elke bewuste wandeling langs je planning. Niet denkend aan de toekomst, noch aan het verleden, ben je volledig in het NU. En elke beweging, elke handeling die je dan doet is spontaan en daardoor volmaakt.

In het “gevecht” met je emoties en gedachten volg je ook deze stappen. Tijdens meditatieve oefening kom je zo al doende in een “flow”- in het hier en het NU, zonder plan of oordeel, zonder verlangen, zonder gehechtheid aan gedachten. Ware meditatie echter gaat hieraan nog voorbij. Het gaat voorbij aan het “doen” en het “resultaatgericht handelen ”, het is Zijn. Dat is innerlijke vrede. Je leven-Zelf is dan het kunstwerk.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s