Over onderwijs – en een papegaai

Er was eens een papegaai een paleistuin binnen komen vliegen. Het was een zeer domme vogel. Hij zong de hele dag liedjes, fladderde opgewonden heen en weer en maakte malle dansjes rond de vrouwtjes van zijn soort. Bovendien creëerde hij een bende van half opgeknabbelde vruchten die hij had laten vallen onder zijn uit takken en halmen opgebouwde nest. De koning vond dat het zo niet langer kon. “Die vogel“, riep hij uit, “is volstrekt nutteloos en een schande voor mijn tuin!” Hij riep zijn minister en beval: “Onderwijs hem!”.

De neef van de koning kreeg de verantwoordelijkheid over de kwestie en deze op zijn beurt droeg een kring van wijze mannen op zich over de vogel en diens educatie te buigen. Na rijpe beraadslaging kwam men tot de conclusie dat een zó slordig en simpel nest, zoals die welke de vogel bewoonde, wel tot een slordige en simpele geest moest leiden. Zij besloten om een goudsmid te laten komen die een prachtige gouden kooi voor de vogel vervaardigde. De vogel werd in de kooi gezet en de gehele hofhouding was overdonderd door de pracht en functionaliteit ervan. “Wat boft die vogel!”, werd er gezegd en de goudsmid vertrok huiswaarts met een volle buidel geld.

Een erudiet man werd geroepen om de vogel te onderwijzen. Hij nam een trekje van zijn pijp en zei, “Met slechts een paar boeken komen we er niet.” De neef van de koning liet schrijvers aantreden en deze kopieerden de boeken, herschreven de boeken, maakten uittreksels van de boeken en aanvullingen op de boeken en al gauw vormden al deze schrijverijen een ware berg. Een ieder die het zag zei “Bravo! Hier zal een ware vloedgolf aan onderwijs plaatsvinden!”. De schrijvers kregen armen vol goudstukken mee en blij keerden ook zij huiswaarts.

De neef was altijd druk in de weer inzake het onderhoud van de kooi. Er waren regelmatig reparaties nodig. En dan was er ook nog het schoonmaken, poetsen en polijsten van de kooi. Iedereen zei: “Je kunt zien dat de dingen vooruitgaan!”. Er werden mensen aangesteld om de kooi te verzorgen en opzichters van deze mensen en ook opzichters van deze opzichters. Elk van hen kreeg een ruime beloning en iedereen had een blij en gelukkig leven.

Er waren ook foutenvinders. Die zeiden: “De kooi ziet er weliswaar mooi uit, maar niemand geeft om de vogel! Zou je de vogel niet af en toe uit zijn kooi moeten laten, zodat hij dan kan zingen en zijn creatieve talenten kan uiten? ” Dit kwam de koning ter ore en hij liet zijn neef bij zich komen. Deze zei: “Majesteit, er is niks aan de hand, vraag het de goudsmid, de wijze mannen, de opzichters. Die foutenvinders hebben simpelweg te weinig te eten. Het zuur in hun lege magen is naar boven gekomen en heeft hun zicht vertroebeld.” Het werd de koning kristalhelder en de neef kreeg een prachtige gouden ketting om zijn nek.

De koning wenste voor hemzelf te zien met welk een lichtsnelheid het onderwijsproces zich voltrok. Op een dag verscheen hij dus met zijn gevolg bij het imposante Huis van Onderwijs. Er was trompetgeschal, de trommels roffelden, bazuinen schalden en lofzangen klonken. “Wat vind u ervan?”, vroeg de neef. De koning was uiterst tevreden. Hij maakte zich weer klaar om te vertrekken en was al halverwege zijn rijtuig toen een foutenvinder, die zich had verstopt achter een struik, schreeuwde: “Majesteit, heeft u de vogel gezien?”

De koning schrok. “Oh, bijna vergeten! Ik heb de vogel alsnog niet gezien!” dacht hij. En hij ging weer naar binnen en om de vogel te bekijken. “Zeer keurig”, dacht de koning. De lesmethode was zo overweldigend dat hij bijna de vogel zelf niet kon zien. Het leek nogal irrelevant om naar de vogel te kijken. De koning begreep dat de leeromstandigheden ideaal waren. Er waren geen takjes en halmen in de kooi, geen vruchten en slechts een weinig water. Er waren alleen stapels snippers uit boeken gescheurd en met een papje van zaden vermengd. Een portie hiervan werd regelmatig met een pen in de snavel van de vogel geschoven. Er was in de snavel van de vogel geen ruimte meer over om ook maar een piep te laten ontsnappen, laat staan een lied. Iedereen was het erover eens: een zeer prettige aanblik.

De dagen volgden elkaar op. De vogel werd zwakker en zwakker. De opzichters waren hoopvol. Maar toch – zoals slechte gewoonten zijn – keek de vogel soms naar de ochtendzon, sprong dan een beetje op zijn stok en flapte nu en dan hardnekkig met zijn vleugels. Onmiddellijk kwam de smid en deze vervaardigde een prachtige zware ketting. En met een kundig gebaar kortwiekte hij tevens de vleugels. De mensen schudden hun hoofden streng. “Zie je wel, in dit land zijn de vogels niet alleen dom maar ook ondankbaar.”

Op een dag werd de vogel ziek. Niemand weet precies wanneer dit gebeurd was. De foutenvinder verspreidde droevig het nieuws. De koning vroeg zijn neef wat er aan de hand was. De neef antwoordde: “Majesteit, het onderwijs aan de vogel is af.” De koning vroeg: “Springt hij nog?” “Nee”, zei de neef. “Fladdert en danst hij nog als een malle?” “Stel je voor!” zei de neef. “Zingt hij nog en vliegt hij nog?” , “Nee.” “Breng de vogel hier, ik wil hem aanschouwen!”

En de vogel werd binnengebracht samen met zijn opzichters. De koning voelde met een vinger aan de vogel. De vogel bleef stil en verroerde zich niet. Alleen de snippers van de boeken in zijn maag maakten een knisperend geluidje. Buiten, in de lentezon, klonk het gekwetter en geklater van een nest pasgeboren vogeltjes. En de wind slaakte een zucht.

(vrij naar Tagore)

Dit verhaal van Rabindranath Tagore uit het begin van de 20e eeuw is me altijd bijgebleven. Ik heb het zo goed mogelijk naverteld, met als enige omissie het volgende: in het originele verhaal gaat de papegaai dood. Ik wilde het niet zo ver laten komen. Ik wil graag iets hoopvols met dit verhaal achterlaten. De arme papegaai was het slachtoffer van de ego’s van een koning en zijn gevolg die de hele zaak slechts vanuit hun eigen vertrouwde perspectief konden bekijken. Onze maatschappij trekt mooie gebouwen op ten behoeve van onderwijs en trekt veel geld uit voor educatieve programma’s. Het stelt commissies samen die zich buigen over leerlijnen vanuit het eigen perspectief, maar denkt zelden aan de behoeften van de leerlingen. Het verhaal is een trieste waarschuwing, bijna 100 jaar oud, voor een onevenwichtig en kortzichtig onderwijssysteem dat de kinderen hun natuurlijke, creatieve eigenheid en zelfexpressie dreigt te ontnemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s